Deutsche Alpenstraße: onze roadtrip door de Duitse Alpen

We mochten opnieuw met Roadsurfer op pad. En dat blijft voor ons een van de fijnste manieren om een stukje Europa te ontdekken: de camper volladen, Alfie mee en onderweg zien waar we allemaal terechtkomen.

Al zag deze roadtrip er oorspronkelijk helemaal anders uit. Het eerste plan was Schotland. Een bestemming die al langer op ons lijstje staat, maar om een aantal praktische redenen bleek dat deze keer niet de beste keuze. Dus gingen we opnieuw op zoek. En eigenlijk hoefden we daarvoor niet eens zo heel ver te kijken.

Ons oog was al eerder gevallen op de Deutsche Alpenstraße, onder andere tussen de roadtrip-inspiratie van Roadsurfer. Een route dwars door het zuiden van Duitsland die ons meteen nieuwsgierig maakte.

Ook omdat we Duitsland als vakantieland eigenlijk veel te vaak overslaan. We zijn er ondertussen al ontelbare keren doorheen gereden. Op weg naar Oostenrijk, Italië of een andere bestemming verder naar het zuiden. Kilometers maken, ergens overnachten en de volgende ochtend weer verder. Terwijl we vorig jaar, tijdens onze roadtrip door Oostenrijk dicht tegen de Duitse grens, al hadden gezien hoeveel prachtige natuur zich ook aan deze kant van de Alpen bevindt.

Misschien werd het dus eens tijd om niet dóór Duitsland te rijden, maar er bewust te blijven. En daarvoor leek de Deutsche Alpenstraße ons een behoorlijk mooie eerste kennismaking.

De route loopt ongeveer 484 kilometer van Lindau aan de Bodensee tot Schönau am Königssee, helemaal langs de Duitse Alpen. Het is bovendien de oudste vakantieroute van Duitsland. Onderweg rij je langs berglandschappen, meren en kleine dorpen, maar voor ons misschien nog belangrijker: er liggen ontzettend veel mogelijkheden om de camper even te laten staan en de wandelschoenen aan te trekken.

Dat laatste hoef je ons natuurlijk geen twee keer te zeggen. Dus werd Schotland voor deze keer ingeruild voor Duitsland. Camper opgehaald, wandelschoenen erin, Alfie mee en richting de Alpen.

En achteraf bekeken? Misschien hadden we Duitsland al veel eerder eens niet voorbij moeten rijden.


Onze roadtrip begint in Nesselwang

484 kilometer lijkt op papier misschien niet zo veel. Maar wie de Deutsche Alpenstraße rijdt, merkt al snel hoeveel er onderweg te zien en te doen is. En als je, zoals wij, een kleine twee weken hebt waarin je ook nog vanuit België naar de Alpen én weer terug moet rijden, dan moet je keuzes maken.

Alles doen? Onmogelijk. En eerlijk gezegd hoeft dat voor ons ook niet. We bekeken vooraf vooral welke plekken en wandelingen we absoluut wilden meenemen en bouwden van daaruit onze eigen route op.

De officiële Deutsche Alpenstraße begint aan de Bodensee bij Lindau, maar wij sloegen dat eerste stuk over en reden rechtstreeks naar Nesselwang. Daar stond namelijk meteen iets op ons lijstje waar we heel veel zin in hadden: wandelen richting de Alpspitze.

We vertrokken met het idee om tegen de avond in Nesselwang aan te komen en hadden vlak bij de kabelbaan een camperplek gevonden. Ideaal: slapen, 's morgens de wandelschoenen aantrekken en meteen kunnen vertrekken.

Alleen waren wij duidelijk niet de enigen met dat idee. Toen we aankwamen, bleek de camperplaats helemaal volzet.

En dan begint het andere deel van roadtrippen: apps openen, zoeken, rondrijden en hopen dat je ergens in de buurt nog een plekje vindt. Dat bleek die avond moeilijker dan verwacht. We hebben bijna een uur gezocht voor we uiteindelijk iets verderop terechtkonden bij een camping waar naast het terrein nog een grote parking voor campers voorzien was. Op die voorparking konden we gelukkig nog terecht voor de nacht.

Was het de idyllische eerste camperavond tussen de Duitse bergen die we ons hadden voorgesteld? Niet bepaald. Maar we kregen wel meteen een eerste indruk van hoe druk het in deze regio kan zijn.
En uiteindelijk hadden we vooral een plek nodig om te slapen. Want de volgende ochtend wachtte Nesselwang en konden eindelijk die wandelschoenen aan. 


Wandelen naar de Alpspitze

Na onze ietwat geïmproviseerde eerste nacht reden we de volgende ochtend vroeg opnieuw richting Nesselwang. Met één missie: kijken of er ondertussen een plekje was vrijgekomen op de camperplaats vlak bij de kabelbaan.

En gelukkig. Deze keer hadden we prijs. We konden de camper installeren en wisten meteen dat we na onze wandeling niet opnieuw op zoek moesten naar een slaapplaats. Toch een pak fijner vertrekken. Wandelschoenen aan, rugzak mee, Alfie erbij en richting kabelbaan.

Even praktisch: met de kabelbaan naar boven: Vanuit Nesselwang brengt de kabelbaan je de berg op en ook honden mogen gewoon mee. Voor Alfie was dat dus geen probleem.

Prijs kabelbaan: € 23 per persoon (heen & terug)
Prijs hond: € 4

Eenmaal boven kon onze eerste echte bergwandeling van deze roadtrip beginnen. En wie denkt dat de kabelbaan al het klimwerk voor je doet: helaas.  Vanaf het bergstation wachtte ons nog een stevige klim richting de Alpspitze (1575m). Maar hoe hoger we kwamen, hoe meer het landschap zich rondom ons opende. Niet meteen de hoogste en meest ruige toppen die we later tijdens onze roadtrip nog zouden tegenkomen, maar wel onze eerste echte kennismaking met de Duitse Alpen.

En die smaakte meteen naar meer. Na de Alpspitze wandelden we verder richting de Edelsberg (1630m). Zo maakten we boven op de berg een mooie tocht waarbij de uitzichten eigenlijk voortdurend mee veranderden. Het ene moment kijk je uit over het dal en Nesselwang, even later wandel je weer met de bergen rondom je.
En aangezien wandelen in Duitsland blijkbaar ook gewoon betekent dat je op tijd een Almhütte tegenkomt, maakten we daar dankbaar gebruik van. Even de benen onder tafel en, uiteraard, een schnitzel. Veel Duitser hoefde onze eerste wandeldag niet te worden. 

Daarna stapten we opnieuw richting de kabelbaan, maar helemaal naar beneden zweven vonden we toch wat te gemakkelijk. We stapten uit aan het middenstation en trokken vanaf daar te voet verder naar het dal via de Wasserfallweg.

Een heel mooi wandelpad naar beneden, door het groen en langs het water. De waterval zelf was op dat moment iets minder indrukwekkend dan gehoopt. Het had de periode voordien weinig geregend en dat was duidelijk te merken aan de hoeveelheid water. Maar de wandeling ernaartoe en de afdaling maakten dat ruimschoots goed.

En zo hadden we op onze allereerste stop meteen waar we voor naar de Duitse Alpen waren gekomen: bergen, wandelen, mooie uitzichten en onderweg genoeg redenen om wat langer te blijven dan gepland.


Volgende stop: Füssen

Na onze eerste bergwandeling in Nesselwang pakten we de volgende ochtend alweer vroeg de camper in. Niet omdat we plots ochtendmensen waren geworden, maar omdat we na onze eerste avond één ding hadden geleerd: vroeg aankomen op een populaire camperplaats kan behoorlijk handig zijn.

Onze volgende stop was Füssen. Een plek die sowieso op ons lijstje stond, want hier wilden we niet alleen de stad ontdekken, maar later ook richting de beroemde kastelen Neuschwanstein en Hohenschwangau. En Füssen is populair. Heel populair.

Gelukkig vind je er op één straat verschillende grote camperplaatsen naast elkaar. Verwacht hier geen idyllisch plekje alleen tussen de bergen: het is eerder camper naast camper en heeft behoorlijk wat parkinggevoel. Maar voor een bezoek aan een toeristische plek als Füssen vonden wij dat eigenlijk helemaal niet zo erg. We kwamen 's morgens vroeg aan, net op het moment dat andere campers begonnen te vertrekken, vonden zonder problemen een plekje en konden de rest van de dag alles gewoon te voet doen.

Te voet naar de Altstadt
Vanaf de camperplaats trokken we via Köning-Ludwig-Promenade 
richting het centrum. Een heel fijne wandel- en fietsverbinding tussen de woningen, waardoor je niet voortdurend langs de drukkere weg hoeft te lopen. Voor we het goed en wel beseften, wandelden we zo bijna rechtstreeks de Altstadt binnen. En die vonden we verrassend mooi.

Füssen is de hoogstgelegen stad van Beieren en heeft een historische binnenstad met middeleeuwse straatjes, kleurrijke gevels, pleinen en historische gebouwen. Boven de stad zie je bovendien het Hohe Schloss uitsteken, terwijl ook het voormalige benedictijnenklooster St. Mang aan de oever van de Lech een van de blikvangers is.
Het is zo'n stad waar je eigenlijk geen ingewikkeld plan nodig hebt. Gewoon wat door de straatjes wandelen, af en toe een zijstraat inslaan en rondkijken werkte voor ons prima.

Maar aangezien wij blijkbaar niet heel lang in een stad kunnen blijven zonder opnieuw naar een wandelpad te zoeken, trokken we daarna verder richting de watervallen van Lech.

Van Füssen naar de Baumkronenweg

Na de waterval wandelden we verder richting het Walderlebniszentrum Ziegelwies. Daar vind je de Baumkronenweg, een houten wandelpad dat je letterlijk tussen en boven de bomen brengt.

De constructie is ongeveer 480 meter lang en loopt tot zo'n 20 à 21 meter boven de grond. Het bijzondere is dat je onderweg ongemerkt ook de grens oversteekt: de Baumkronenweg loopt van Duitsland naar Oostenrijk en weer terug. Ondertussen kijk je uit over de Lech, het bos en de bergen rondom Füssen.

Het is geen kilometerslange wandeling waarvoor je een halve dag moet uittrekken, maar wij vonden het absoluut een leuke toevoeging aan onze tocht. Zeker als je, zoals wij, houdt van houten wandelpaden, plankenpaden en plekken waar een wandeling nét even anders wordt.

Praktisch: de toegang tot de Baumkronenweg kost momenteel €5 voor volwassenen vanaf 16 jaar. Kinderen en jongeren tot en met 15 jaar mogen gratis binnen. De Auwaldpfad en Bergwaldpfad rondom het bezoekerscentrum zijn gratis toegankelijk.

Langs de Lech naar de Forggensee
Daarna trokken we opnieuw richting Füssen en pikten we de Altstadt nog een keer mee, maar onze wandeldag was nog niet helemaal afgelopen. We volgden de Lech verder richting de Forggensee. En dat vond ik misschien juist zo fijn aan deze dag: op relatief korte afstand combineerden we een historische stad met een waterval, bos, de Baumkronenweg, de rivier én uiteindelijk het meer. Aan de Forggensee vonden we een plekje om iets te drinken en bleven we nog even zitten voor we terug richting onze camper wandelden.

Geen grote bergtop zoals de dag voordien in Nesselwang, maar wel zo'n dag waarop je achteraf beseft hoeveel verschillende plekken je gewoon te voet aan elkaar hebt geregen. En dat allemaal tijdens één stop langs de Deutsche Alpenstraße.


Schloss Neuschwanstein: toeristisch, maar absoluut de moeite

We bleven nog een tweede nacht in Füssen, want als je hier bent, ligt natuurlijk één van de bekendste kastelen van Duitsland bijna om de hoek: Schloss Neuschwanstein.

Omdat we onze camper gewoon op de camperplaats konden laten staan, kozen we voor het openbaar vervoer. Vlak bij de camperplaatsen ligt een bushalte vanwaar je eerst naar het busstation in het centrum van Füssen kan rijden. Daar stap je vervolgens over op de bus richting Hohenschwangau en Schloss Neuschwanstein.

Busverbinding: 56
Bus Füssen → Hohenschwangau: 931 of 78

We waren redelijk vroeg vertrokken en namen rond 9 à 9.30 uur onze bus vanuit Füssen. En zelfs toen was het al behoorlijk druk. De bus zat bij vertrek al goed vol en aan de volgende haltes moesten mensen zich er nog bij proberen te wringen of wachten op een volgende bus. Je weet dus meteen: hier gaan we vandaag niet alleen zijn. 

Eerst naar de Marienbrücke
De bus vanuit Füssen zet je beneden in Hohenschwangau af. Vanaf daar kan je te voet richting Neuschwanstein klimmen, maar je kan ook een shuttlebus nemen die je een flink stuk hoger brengt. Wij kozen voor dat laatste en reden tot vlak bij de Marienbrücke.

Shuttlebus: € 7,5 per persoon
Hond: € 1

En dan krijg je vanaf de Marienbrücke voor het eerst dat uitzicht dat je waarschijnlijk al honderd keer op foto's hebt gezien. Alleen blijkt het in het echt dus óók gewoon te kloppen. Schloss Neuschwanstein ligt daar tegen de bergen bijna onwerkelijk mooi. Groot, wit, met zijn torens en het Alpenlandschap erachter. Heel sprookjesachtig en absoluut indrukwekkend.

De Marienbrücke was voor ons meteen ook het drukste punt van de dag. Wij konden gelukkig gewoon de brug op wandelen, maar we hoorden achteraf van anderen dat hier op drukkere momenten zelfs wachtrijen ontstaan om het uitzichtpunt te bereiken. Eenmaal voorbij de brug verspreidde de drukte zich gelukkig wat meer.

Te voet naar Neuschwanstein
Vanaf de Marienbrücke wandelden we via brede, goed aangelegde wandelwegen verder richting het kasteel. Onderweg krijg je niet alleen verschillende uitzichten op Neuschwanstein, maar kijk je ook uit over de Alpsee en het landschap rondom Hohenschwangau.
En pas wanneer je uiteindelijk vlak voor Neuschwanstein staat, besef je eigenlijk hoe gigantisch het kasteel is.
Je kan het kasteel ook binnen bezoeken, maar dat deden wij niet. Honden mogen niet mee naar binnen en voor ons lag de prioriteit sowieso meer bij het wandelen en de omgeving rond de kastelen. 

Na Neuschwanstein wandelden we verder richting Schloss Hohenschwangau, het gele kasteel dat iets lager aan de andere kant van het dal ligt. Ook daar namen we de tijd om rond te kijken en de tuinen te bezoeken. Alleen al voor de uitzichten vanuit de omgeving van het kasteel vonden wij het de moeite om er even langs te gaan. En daarna hadden we natuurlijk gewoon de bus terug naar Füssen kunnen nemen.

Maar ja. Wij zijn wandelaars. 

Via de Schwansee terug naar Füssen
In plaats van opnieuw aan de bushalte te gaan staan, trokken we het bos in. En eigenlijk vond ik dat achteraf één van de fijnste stukken van de hele dag. De grote toeristische trekpleisters verdwenen achter ons en niet veel later wandelden we weer gewoon tussen de bomen.

We daalden door het bos af richting de Schwansee. En als je graag fotografeert, zou ik die zeker niet overslaan. Vanaf het meer krijg je opnieuw prachtige uitzichten richting Schloss Neuschwanstein. Met wat geluk en rustig weer zie je het kasteel zelfs weerspiegelen in het water.
Na alle drukte rond de Marienbrücke en de kastelen was het contrast behoorlijk groot: een rustig meer, bospaadjes en Neuschwanstein dat in de verte boven het landschap uitsteekt.
Vanaf de Schwansee trokken we opnieuw omhoog, over de heuvelrug en uiteindelijk helemaal te voet terug richting Füssen en onze camper.

Je kan het jezelf dus absoluut gemakkelijker maken en na het bezoek aan de kastelen gewoon de bus terug nemen. Maar als je graag wandelt, vonden wij deze combinatie veel leuker. Zo werd een bezoek aan één van de drukste toeristische plekken van de regio uiteindelijk toch weer een echte wandeldag.

En misschien vonden we Neuschwanstein vanaf de rustige Schwansee uiteindelijk nog wel mooier dan vanaf de plek waar iedereen die bekende foto probeert te maken.


Van Füssen naar de Tegernsee

Voor we Füssen definitief achter ons lieten, maakten we nog één korte stop in Schwangau bij de St. Coloman-kerk. Een klein wit kerkje dat prachtig tussen de groene weides ligt, met de bergen op de achtergrond.
Alleen al voor de ligging is het de moeite om hier even te stoppen. En als bonus krijg je vanuit de omgeving nog een heel ander uitzicht richting Schloss Neuschwanstein. Na ons bezoek van de dag voordien konden we het dus nog één keer vanop afstand bewonderen voordat we verderreden.

Daarna volgden we de Deutsche Alpenstraße verder oostwaarts richting de Tegernsee.
Voor het eerst tijdens onze roadtrip zag het weer er wat minder veelbelovend uit. Er werd regen voorspeld en na de behoorlijk goedgevulde dagen in Nesselwang en Füssen vonden we het eigenlijk helemaal niet erg om het wat rustiger aan te doen.

We hadden deze keer vooraf een plekje geregeld bij Camping Oedberg zodat we niet opnieuw bij aankomst op zoek moesten naar een slaapplaats.

Voor we ons daar installeerden, gingen we nog even kennismaken met de Tegernsee. Geen grote wandeling deze keer, maar gewoon een klein rondje langs het water, want Alfie moest natuurlijk wél even zijn benen strekken. We vonden er ook een klein hondenstrandje waar hij tot aan het meer kon. En daarna? Niet veel meer.

Na een paar dagen vol wandelen, kastelen, steden en behoorlijk wat kilometers in de benen, mocht er ook eens zo'n dag tussen zitten. Morgen zouden de wandelschoenen wel weer aan gaan.


De bergen weer in: wandelen van de Wallberg naar de Setzberg

We verbleven enkele nachten op Camping Oedbergbij de Tegernsee. Misschien niet de meest avontuurlijke manier van roadtrippen, een paar dagen op dezelfde plek, maar ondertussen hadden we wel gemerkt hoeveel campers er in deze periode door de Duitse Alpen trokken. Weten dat we 's avonds gewoon weer een plekje hadden, gaf ons eigenlijk wel wat rust.

En het handige aan reizen met de camper: voor onze volgende wandeling konden we gewoon alles inpakken, richting de Wallbergbahn rijden en na de wandeling opnieuw terugkeren naar de camping.

Na een paar rustigere dagen hadden we ondertussen ook weer zin in bergen. Echte bergen. Klimmen, uitzichten en dat gevoel dat je krijgt wanneer je ergens boven staat en het landschap zich helemaal rondom je opent. Daarvoor trokken we naar de Wallberg, aan de zuidkant van de Tegernsee.

Met de kabelbaan door de wolken
Ook hier besloten we eerst wat hoogtemeters cadeau te krijgen en namen we de kabelbaan naar boven.

Wallbergbahn: € 28 per persoon (heen & terug)
Hond: € 5

De rit naar boven duurt best een tijdje en alleen die kabelbaan bleek die ochtend al een belevenis op zich.
In de vallei hingen nog lage wolken tussen de bergen. Terwijl we steeds hoger gingen, verdwenen we er op een bepaald moment gewoon middenin. Even alleen maar wit rondom ons, om vervolgens boven de wolken weer in de zon terecht te komen.
Heel anders dan onze wandeling bij Nesselwang, waar we een volledig heldere dag hadden. Hier bleven de wolken in het dal en tegen de bergtoppen hangen. En eerlijk? Dat maakte het landschap misschien nog indrukwekkender.

Eenmaal boven stap je uit vlak bij het panoramarestaurant. En alsof het plaatje nog niet Alpen-achtig genoeg was, stonden de koeien met hun bellen verspreid over de groene bergflanken.

Eerst even naar de Wallbergkapelle
Voor we aan onze echte wandeling begonnen, wandelden we eerst richting de kleine Wallbergkapelle. Alleen al daarvoor is het de moeite om even rond te kijken. Van hieruit krijg je een prachtig zicht over de Tegernsee, diep beneden in het dal, met rondom je de bergen en op deze ochtend dus ook nog die flarden wolken die tussen de toppen bleven hangen. Vanaf de Wallberg kan je verschillende wandelingen maken. Wij hadden ons oog laten vallen op de Setzberg. En daarvoor moesten de benen toch weer even aan het werk.

Klimmen naar de Setzberg
Het pad richting Setzberg begon nog redelijk vriendelijk en bracht ons door een prachtig berglandschap steeds verder weg van de kabelbaan. Maar de echte klim naar de top liet zich wel voelen. Het gaat op sommige stukken behoorlijk stevig omhoog. En alsof dat nog niet genoeg was, had het de avond voordien geregend. Hoe hoger we kwamen, hoe modderiger het pad werd. Op sommige stukken was het vooral zoeken waar we onze voeten nog enigszins veilig konden neerzetten zonder meteen weg te glijden. Onze wandelschoenen zagen er ondertussen uit alsof ze al weken door de Alpen aan het trekken waren. Maar eenmaal boven ben je dat snel vergeten.

Vanaf de top van de Setzberg kregen we een prachtig uitzicht terug richting de Wallberg en over het landschap rond de Tegernsee. Hier hadden we voor het eerst tijdens deze roadtrip echt dat gevoel van midden in de bergen te staan. Rotsen, steile flanken, bergtoppen rondom ons en diep beneden het dal. Hiervoor waren we gekomen.

In plaats van dezelfde weg terug te nemen, daalden we langs de andere zijde van de Setzberg af. Ook daar kregen onze benen nog wat werk voorgeschoteld: een behoorlijk steile afdaling die ons via het bos uiteindelijk opnieuw richting Wallberg bracht. Zo konden we er een mooie ronde van maken en kwamen we uiteindelijk weer uit bij het panoramarestaurant en het bergstation van de kabelbaan.

En na zo'n wandeling hoef je ons natuurlijk niet onmiddellijk naar beneden te sturen. Eerst iets eten, iets drinken en nog even van het uitzicht genieten. Daarna stapten we opnieuw in de kabelbaan en lieten we de bergen langzaam weer boven ons verdwijnen.

Wat mij betreft hoort zo'n dag echt bij een roadtrip door de Duitse Alpen. Je kunt natuurlijk prachtig dóór de bergen rijden, maar het landschap wordt toch helemaal anders wanneer je de camper even achterlaat, met een kabelbaan naar boven gaat en vervolgens zelf naar een bergtop wandelt. Pas daarboven kregen we het gevoel: ja, nu zitten we écht in de Alpen.


Op naar Berchtesgaden: hier kwamen we voor

Na de Tegernsee trokken we verder oostwaarts. Steeds verder langs de Deutsche Alpenstraße, tot we uiteindelijk aankwamen bij het deel waar we misschien nog wel het meest naar hadden uitgekeken: Nationaal Park Berchtesgaden, helemaal in het zuidoosten van Duitsland.

We hadden onderweg ondertussen al heel wat mooie plekken gezien. We hadden boven op bergtoppen gestaan, langs meren gewandeld en genoeg keren geroepen dat we écht even moesten stoppen voor het uitzicht. Maar toch hadden we het gevoel dat Berchtesgaden anders zou worden.

Dit is het stukje van de route waar ons natuurhart waarschijnlijk het snelst zou gaan kloppen. Waar de bergen hoger en indrukwekkender worden en je echt het gevoel krijgt dat de Alpen overal rondom je aanwezig zijn. En dat begon eigenlijk al op de camping.

Wakker worden tussen de bergen
Omdat we hier enkele dagen wilden blijven en verschillende plekken wilden ontdekken, zochten we opnieuw bewust naar een vaste uitvalsbasis. Die vonden we bij Camping Simonhof in Ramsau.
En dit keer voelde een camping allesbehalve als een gewone praktische slaapplaats.

Je schuift de deur van je camper open en daar staan ze gewoon: die immense bergtoppen rondom je. 's Morgens naar buiten stappen en als eerste dát zien… daar kan weinig tegenop.
Omdat je in Duitsland niet zomaar overal met je camper mag overnachten, waren we tijdens deze roadtrip sowieso aangewezen op officiële camperplaatsen en campings. Maar als je dan een plek vindt waar alleen het uitzicht vanuit je camper al onderdeel wordt van de reis, hoor je ons niet klagen. 

Bovendien bleek Camping Simonhof voor ons een heel fijne uitvalsbasis. Veel van de plekken die we in deze regio absoluut wilden zien, lagen op maximaal ongeveer een halfuur rijden. We konden de camper dus telkens meenemen voor onze uitstappen, maar wisten tegelijkertijd dat we 's avonds gewoon weer naar ons vaste plekje tussen de bergen konden terugkeren.

En hier zouden de wandelschoenen de volgende dagen nog héél vaak uit de camper komen. Want als er één plek was waar we tijdens deze roadtrip zoveel mogelijk buiten wilden zijn, dan was het hier


Königssee en Obersee: prachtig, maar je bent er niet alleen

Toen we zagen dat er een zonnige dag aankwam, hoefden we niet lang na te denken over wat we als eerste wilden doen in Berchtesgaden: de Königssee.

Het is waarschijnlijk dé bekendste plek van de regio en eentje die we absoluut zelf wilden zien. Bovendien hadden we vooraf al gelezen dat het weer hier toch een groot verschil kan maken. Met al die hoge bergen rondom het meer wilden we dus profiteren van een heldere dag.

Wie de Königssee echt wil ontdekken, komt al snel bij de boottocht uit. Wij boekten onze tickets vooraf online en kozen voor de tocht helemaal tot Salet, vanwaar je te voet verder kan naar de Obersee. En tijdens het boeken ontdekten we nog een belangrijk detail voor wie met een hond reist: een muilkorf is verplicht op de boot.
Die hadden wij dus niet bij. 
Gelukkig vonden we in de buurt van Schönau am Königssee nog een klein dierenwinkeltje. De vriendelijke dame daar hielp zelfs mee om de juiste maat voor Alfie te zoeken. Probleem opgelost. Aan de Königssee zelf kan je trouwens ook muilkorven kopen, dus helemaal in paniek hoef je niet te schieten als je er geen bij hebt. Wij zagen ze daar alleen voor ongeveer het dubbele van de prijs die wij in het dierenwinkeltje betaalden. Althans, dat dachten wij. Want Alfie en een muilkorf? Geen geweldige combinatie.

Hij is het totaal niet gewend en deed dan ook behoorlijk zijn best om dat vreemde ding weer van zijn snoet te krijgen. Bij het instappen werd er bij ons gelukkig niet moeilijk over gedaan en eenmaal aan boord zat Alfie rustig onder onze bank en hebben we de muilkorf weer afgedaan. Maar hou er rekening mee dat de regel er officieel wel degelijk is en dat er strenger op gecontroleerd kan worden. 

Met de boot tussen de bergen
Met een online ticket krijg je een toegewezen bootnummer. Zodra dat nummer bij de toegangspoorten verschijnt, kan je aanschuiven om aan boord te gaan. Wij waren ruim op tijd aanwezig en daarna kon onze tocht over de Königssee beginnen.

En ja, het is toeristisch. Maar zodra de boot vertrekt, snap je ook meteen waarom iedereen hiernaartoe komt. Het heldere water, de immense bergwanden die bijna rechtstreeks uit het meer omhoog lijken te rijzen en de boot die daar rustig tussendoor vaart: het landschap is absoluut indrukwekkend.

Onderweg krijg je uitleg over de Königssee en volgt ook het bekende trompetmoment waarbij de echo tussen de bergwanden wordt gedemonstreerd. Daarna gaat het hoedje rond voor een fooi. Dat laatste vonden wij persoonlijk wat minder nodig, de boottocht is op zichzelf al niet goedkoop en het hele gebeuren rond de Königssee voelt op sommige momenten sowieso behoorlijk toeristisch aan.

Onderweg kan je uitstappen bij St. Bartholomä, met zijn bekende bedevaartskerk aan het water. Wij bleven aan boord en voeren verder naar de eindhalte Salet. Vanaf Salet is het nog maar een korte wandeling naar de Obersee. En ook daar begrijp je meteen waarom deze plek zo vaak op foto's verschijnt. Een helder bergmeer, steile bergwanden rondom en aan het water het bekende houten boothuisje. Qua landschap: absoluut prachtig. Qua rust: iets minder. 

We waren uiteraard niet de enigen die het wilden zien. Vooral rond het boothuisje verzamelt zich veel volk om foto's te maken. Daardoor ging voor ons persoonlijk een stukje van de natuurbeleving verloren.

Zou ik de Königssee bezoeken?

Absoluut. Het water, de bergen rondom je en de tocht met de boot maken het een plek die je eigenlijk wel een keer zelf wilt beleven wanneer je in Berchtesgaden bent. Maar ik zou er als natuurliefhebber wel met de juiste verwachtingen naartoe gaan.

Dit is niet de plek waar je naartoe trekt om alleen aan een stil bergmeer te zitten. Daarvoor is de Königssee simpelweg te bekend en te druk bezocht. Wij zouden tijdens de volgende dagen in Berchtesgaden nog plekken ontdekken die veel beter aansloten bij wat wij zelf zoeken in de natuur. Maar mooi? Dat is de Königssee zonder twijfel.

En onze terugvaart kreeg uiteindelijk nog een onverwacht extraatje. Er zat een orkest aan boord dat spontaan Duitse muziek begon te spelen met de accordeon. Geen hoedje. Geen fooi. Gewoon muziek. Kijk, daar konden we dan weer wél mee lachen. 


Camper laten staan: te voet naar de Hintersee en het Klausbachtal

Na onze dag aan de drukke Königssee besloten we de camper de volgende ochtend gewoon te laten staan. En dat is misschien nog wel het fijnste wanneer je kampeerplek midden in zo'n omgeving ligt. We zaten eigenlijk al volop in de natuur van Berchtesgaden en zagen dat er verschillende wandelroutes vlak bij onze camping vertrokken. Dus waarom zouden we eerst nog ergens naartoe rijden?

We zaten dicht bij de Taubensee, waar we eerder al eens een klein namiddagwandelingetje hadden gemaakt, maar deze keer hadden we een groter doel voor ogen: de Hintersee en verderop het Klausbachtal, met de hangbrug en de indrukwekkende bergwereld rondom Ramsau. Vanaf onze camper was het ongeveer zeven kilometer tot aan de hangbrug. Perfect. Wandelschoenen aan, Alfie mee en vertrekken maar.

Wandelen zonder route op je telefoon
Wat ons hier meteen opviel, was hoe makkelijk je er kan wandelen zonder voortdurend een route op je telefoon te moeten volgen. Op de gele wandelwegwijzers staan de verschillende bestemmingen duidelijk aangegeven, inclusief de geschatte wandeltijd. Zo konden we vanuit onze camping simpelweg de bordjes richting Hintersee volgen. Na ongeveer 45 minuten bereikten we het meer. En opnieuw: dat water.

Helder, blauwgroen en met de bergen en bossen er helemaal rondom. De Hintersee is op zichzelf al een prachtige bestemming. Je kan er een volledige ronde rond het meer wandelen en op deze zondagochtend bleken wij duidelijk niet de enigen met dat idee. Gezinnen, wandelaars, kinderen... het was er gezellig druk. Ook het bekende bankje dat in het water staat, herkenden we meteen van de vele foto's die je van de Hintersee ziet passeren.

Mooi? Absoluut. Maar wij wilden nog wat verder. Het Klausbachtal in.
Aan de Hintersee sloegen we af en wandelden we steeds verder het natuurgebied in.  En dit werd voor ons één van die wandelingen waarbij je eigenlijk voortdurend rondom je wilt kijken.
We volgden grotendeels de Klausbach, al was ook hier duidelijk te merken dat het een droge periode was geweest. Op sommige plaatsen stond er weinig water en waren stukken zelfs bijna droog.

Maar het landschap eromheen...
Rotswanden, bergen, bos en steeds weer die indrukwekkende bergformaties die dichterbij leken te komen naarmate we verder wandelden. En opvallend: ondanks dat we ondertussen echt midden tussen de bergen liepen, hoefden we deze keer niet voortdurend stevig te klimmen. De wandelpaden zijn goed aangelegd en het traject door het dal bleef relatief toegankelijk. Na onze eerdere bergtochten vonden onze benen dat stiekem ook wel eens fijn.

Onderweg kregen we steeds meer zicht op de markante bergwereld rond Ramsau. Dit was opnieuw zo'n plek waar de Duitse Alpen precies boden waarvoor wij naar hier waren gekomen: wandelen tussen bergen en rotsen, maar tegelijk ook bossen, water en ruimte rondom je.

Tot aan de hangbrug
Uiteindelijk bereikten we ook de hangbrug in het Klausbachtal. Na kilometers door het dal vormt die een mooie bestemming om naartoe te wandelen. We staken de brug over en maakten vanaf daar nog een stukje van onze route via een ander wandelpad. En toen moesten we even naar onze benen kijken. Of beter: naar die van Alfie.

We hadden er ondertussen ongeveer negen kilometer opzitten en moesten in principe ook nog helemaal terug. Na alle wandelkilometers van de voorbije dagen merkten we dat het voor hem stilaan genoeg begon te worden. Dus hebben we een klein beetje gecheat.
We wandelden naar de weg en namen voor een stukje de bus terug richting Hintersee. Daar stapten we opnieuw uit, maakten we onze ronde rond het meer verder af en wandelden vervolgens vanaf de Hintersee weer terug naar onze camper.

En eigenlijk was dat helemaal prima. Want uiteindelijk draaide deze dag niet om zoveel mogelijk kilometers maken. We konden 's morgens gewoon vanuit onze camper vertrekken en stonden niet veel later aan een bergmeer. Vervolgens wandelden we een prachtig dal in, tussen de rotsen en bergen, bereikten we een hangbrug en eindigden we opnieuw aan dat blauwgroene water van de Hintersee. Zonder de camper ook maar één meter te verplaatsen. 


Wimbachklamm: de wandeling die we niet zagen aankomen

Na al die wandelkilometers besloten we eerst bewust een rustdag in te lassen. Voor onszelf, maar zeker ook voor Alfie. Hij had ondertussen niet alleen behoorlijk wat kilometers in zijn poten, maar ook heel wat nieuwe plekken, geuren en indrukken verwerkt. Een dagje helemaal niets moeten, hoort voor ons dus evengoed bij zo'n roadtrip. Daarna waren we klaar voor nog één laatste wandeling in Berchtesgaden.

En aangezien je in de Duitse Alpen regelmatig een Klamm tegenkomt, een kloof waar het water zich tussen de rotsen een weg naar beneden baant, vonden we dat we er tijdens deze roadtrip toch minstens eentje van dichtbij moesten bekijken.
Op amper vijf kilometer van onze camping lag de Wimbachklamm.

Over houten wandelpaden door de Wimbachklamm
De Wimbachklamm zelf is niet bijzonder lang. Het traject door de kloof is ongeveer 200 meter, maar laat je daardoor vooral niet tegenhouden.
Na een stevige klim richting de ingang betaal je € 4 toegang. Je krijgt een muntje waarmee je het toegangspoortje tot de kloof opent en vervolgens wandel je via houten loopbruggen en trappen langs de rotswand omhoog. Water stroomt en spat tussen de rotsen naar beneden en ondertussen wandel je letterlijk tegen de wand van de kloof. Kort, maar absoluut de moeite.

Alleen stonden wij na de Wimbachklamm natuurlijk nog lang niet klaar om terug naar de camper te wandelen. We hadden nog geen twee kilometer in de benen. Komaan.  Dus keken we naar de wandelbordjes en besloten we spontaan verder te trekken richting het Wimbachschloss. En daar ben ik achteraf héél blij om.

Vanaf de Wimbachklamm veranderde het landschap steeds meer. Het wandelpad richting Wimbachschloss is breed, goed aangelegd en lange tijd vrij gemakkelijk te wandelen. Pas richting het einde moet je wat steviger omhoog. Maar het waren vooral de bergen rondom ons die steeds indrukwekkender werden.
Hoe dieper we het Wimbachtal in wandelden, hoe groter alles leek te worden. En tussen die gigantische bergwanden ligt iets heel bijzonders: de brede bedding van de Wimbach.

Op verschillende plaatsen krijg je er prachtige uitzichten over. Het landschap oogt bijna als een enorme stroom van stenen die zich tussen de bergen door slingert. En ondertussen bleven wij maar verder wandelen. Na een dikke vijf kilometer bereikten we het Wimbachschloss, een berghut waar we even stopten om iets te drinken. Tot daar was de wandeling al mooi.

Maar het mooiste moest eigenlijk nog komen. Voor de terugweg besloten we niet gewoon exact hetzelfde pad terug te nemen. We staken het dal over en begonnen via de andere zijde terug te wandelen. En daar werd het stilaan moeilijk om nog te beslissen naar welke kant we moesten kijken. Dit was voor mij het landschap waar ik aan zal denken wanneer iemand me vraagt hoe ik de Duitse Alpen heb ervaren.
De bergen kwamen hier zó dichtbij. Groot, hoog en ruw. Aan de ene kant scherpe bergtoppen die boven je uittorenen, aan de andere kant weer compleet andere, zachtere bergvormen. En wij wandelden daar ergens klein tussenin. Iedere bocht leek opnieuw een ander uitzicht open te trekken.

Het gekke is dat deze wandeling vooraf helemaal niet bovenaan ons lijstje stond. We wilden eigenlijk gewoon de Wimbachklamm bekijken. Even door de kloof wandelen en daarna wel zien. Net doordat we ter plaatse besloten “we wandelen nog wat verder”, werd dit uiteindelijk één van de allermooiste wandelingen van onze volledige roadtrip. Misschien zelfs mijn favoriet. Niet omdat hier dat ene beroemde uitzichtpunt ligt waarvoor iedereen aanschuift. Niet omdat we per se een bepaalde bergtop moesten bereiken. Maar gewoon omwille van het gevoel daar midden tussen die gigantische bergen te wandelen.

Nog één stop in Ramsau 
Na onze wandeling reden we terug richting de camping, maar we maakten onderweg nog een stop in Ramsau bei Berchtesgaden. Want ook hier ligt zo'n beeld dat je waarschijnlijk al eens bent tegengekomen wanneer je foto's van Berchtesgaden hebt bekeken: de St. Sebastian-kerk met het kleine bruggetje over de Ramsauer Ache en de bergen op de achtergrond.
En ja hoor, we waren duidelijk niet de enigen die wisten waar je die foto moest maken. Langs de rivier stonden verschillende mensen met hun camera of telefoon klaar om precies dat bekende plaatje vast te leggen. Toeristisch? Zeker. Maar ook gewoon ontzettend mooi.

En ergens was Ramsau daarmee een passende afsluiter van onze dagen in Berchtesgaden. Want juist hier kwam alles samen wat ons zo verrast had aan de Duitse Alpen: helder water, bossen, enorme bergwanden, wandelpaden, kleine dorpjes en telkens opnieuw dat landschap dat je doet stoppen om nog één keer achterom te kijken.


Duitsland, misschien hadden we eerder eens moeten stoppen

En toen zat onze roadtrip door de Duitse Alpen er alweer bijna op. 484 kilometer Deutsche Alpenstraße. Op papier eigenlijk helemaal niet zo veel. Zeker niet als je bedenkt hoeveel kilometers we op andere roadtrips soms afleggen. Maar misschien zegt dat getal uiteindelijk ook helemaal niets over hoeveel er onderweg te ontdekken valt.

Want we stonden op bergtoppen, wandelden door kloven en langs helderblauwe meren, reden over wegen waar de bergen steeds groter voor ons opdoken en parkeerden de camper meer dan eens omdat we onderweg alweer iets zagen waar we toch even wilden stoppen. En dan te bedenken dat Duitsland voor ons zo lang vooral een land was waar we doorheen reden. Op weg naar Oostenrijk. Italië. Of ergens anders in het zuiden.

Misschien is dat wel het grootste wat deze roadtrip veranderd heeft. Duitsland voelt voor ons niet langer als het stuk dat je zo snel mogelijk moet overbruggen om op je vakantiebestemming te komen. Integendeel. We hebben nog maar een heel klein stukje ontdekt en weten nu al dat hier nog ontzettend veel wandelpaden liggen waar we ooit onze schoenen op willen zetten.

En van alle plekken die we onderweg zagen, is het uiteindelijk niet eens de bekendste hotspot die bij mij het hardst is blijven hangen. Ik denk vooral terug aan dat onverwachte wandelpad door het Wimbachtal. Aan de bergen die daar langs alle kanten boven ons uit torenden. Aan de momenten waarop we de camper ergens achterlieten en gewoon begonnen te wandelen.

Misschien is dat ook precies waarom deze manier van reizen zo goed bij ons past. Je hebt een route en een richting, maar onderweg is er altijd ruimte om te stoppen, langer te blijven of je plannen toch weer om te gooien. De camper van Roadsurfer was bijna twee weken ons kleine huis op wielen, Alfie hoorde er vanzelfsprekend bij en iedere keer dat de deur openging, wachtte er weer een ander uitzicht.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.